Vier tips voor de eindsprint!

En dan nu de eindsprint!
Na een bewogen jaar met veel thuisonderwijs, is het alweer bijna zomervakantie. Misschien is het nog spannend omdat je niet weet of je kind overgaat. Of dat je in september geconfronteerd wordt met een enorme leerachterstand van je zoon of dochter. Is er misschien nog wat te doen om zittenblijven te voorkomen of de achterstand voor aanvang van het nieuwe schooljaar te beperken? Ja, dat kan zeker. Als je maar een goed plan van aanpak hebt.

Vier tips voor een effectieve aanpak voor de laatste maanden van het schooljaar.

1. Het juiste materiaal voor de juiste vakken.

Allereerst is het belangrijk dat je bij de juf of meester vraagt wat er nog verbeterd kan worden. Zorg dat je duidelijke vragen stelt en vraag naar voorbeelden van taal of rekenonderdelen die nog lastig zijn. Het is helemaal mooi als de juf of meester iets mee kan geven. Dat scheelt enorm veel uitzoekerij. Een juf of meester weet vaak direct wat hij of zij mee moet geven. Als ouder moet je het internet afstruinen in de hoop dat je e de juiste leerstof uitkiest.

2. Maximaal 15 minuten per vak en twee vakken per dag.

Om het makkelijk en overzichtelijk te houden, werk je aan maximaal 2 vakken per dag niet langer dan 15 minuten per vak.
Spreek dagelijks vooraf met je kind af wat er moet gebeuren. Zorg dat het werk makkelijk binnen de tijd afgemaakt kan worden. Bespreek ook vooraf een minimaal en een maximaal programma. Verras jouw kind niet met extra werk omdat er nog tijd over is.
Zorg voor een bakje waar alles in zit wat je nodig hebt voor het schoolwerk. Dan verlies je geen tijd met zoeken naar spullen. Dit geldt ook voor de computer. Zorg dat het computerprogramma aanstaat voordat je zoon of dochter aan het werk gaat.
N.B. Houd je aan de tijd! Ga niet stiekem aan de klok morrelen, in de hoop dat jouw kind dan nog even verder kan. Zelfs niet bij kinderen die NIET kunnen klokkijken.

3. Een goed gekozen tijdstip

Handige momenten zijn bijvoorbeeld voor het naar schoolgaan of in het weekeinde vlak na het ontbijt. Of vlak voor of vlak na het avondeten. Dit zijn momenten waarbij kinderen weten dat ze toch niet kunnen spelen met andere kinderen.
Vooraf spreek je een tijdstip af. Oudere kinderen kun je een tijdstip geven. Bij jongere kinderen geef je aan na welke activiteit jullie aan de slag zullen gaan.
Geef je kind tijd om even iets af te ronden. Vijf minuten van tevoren geef je aan dat het bijna tijd is voor het huiswerk. Na vijf minuten geef je aan dat het tijd is om te starten.

4. Beloon het proces! Werk altijd aan een groeimindset!

Leer het kind dat wanneer iets vlot en goed gaat, dat dat betekent dat het tijd is voor de volgende stap. En dat als er nog foutjes worden gemaakt dat hij of zij dit onderdeel nog niet onder de knie heeft en moet oefenen. En dat als het nog moeizaam gaat, hij of zij eerst even een stapje terug moet doen, om daarna weer vooruit te gaan. Op deze manier is er geen goed of fout. Beloon niet alleen als hij of zij zijn best doet. Maar beloon vooral het proces. En met name ook als hij of zij kan aangeven wat hij nodig heeft om verder te kunnen. Er is natuurlijk niks mis met een warme knuffel als jouw zoon of dochter goed zijn of haar best heeft gedaan.

Heb je nog vragen? Of heb je hulp nodig bij de begeleiding van je kind? Neem gerust contact met Lerespel op.