Zes tips voor kinderen die te snel opgeven!

De meeste kinderen geven al gauw op wanneer iets niet lukt. Dat is heel normaal. Hoe jonger de kinderen hoe eerder ze opgeven. Kinderen doen nu eenmaal liever iets wat ze plezier geeft en waar ze goed in zijn, dan iets wat ze niet leuk vinden en niet goed in zijn. Het verkrijgen van doorzettingsvermogen is een belangrijk aspect van de fasen die kinderen geleidelijk aan in hun ontwikkeling doorlopen, passend bij hun leeftijd en niveau.
Hieronder volgen 6 tips die je helpen bij het ontwikkelen van doorzettingsvermogen van kinderen die snel opgeven.

1. Zorg voor een duidelijk kop en staart.

Het is belangrijk voor kinderen te weten waar ze aan toe zijn.
Geef duidelijk aan wat er van ze wordt verwacht. Hoe lang ze iets moeten doen en hoe vaak.

2. Kies een tijdstip waarop kinderen weinig tot geen speeltijd verliezen.

Spelen en plezier maken met vriendjes is minstens zo belangrijk als taal en rekenen. Door een tijdstip te kiezen vlak na het ontbijt of vlak voor of na het avondeten, zorg je ervoor dat kinderen in de vrije speeltijd echt lekker vrij zijn.

3. Pas de tijd aan wat je kind aan kan, maar onderhandel niet!

Ik houd meestal 15 minuten per vak en maximaal 2 vakken per keer aan.
Als je merkt dat je kind het moeilijk vindt om het huiswerk vol te houden, pas je de tijd aan.
Maar onderhandel niet! Kinderen zijn een meester in het verzinnen van excuses. Als je hieraan toegeeft zullen ze deze excuses later gebruiken op school en nog erger, zichzelf wijsmaken dat het niet erg is om iets niet te doen of uit te stellen.
N.B! Houd je aan de afgesproken tijd. Smokkel niet! Ga niet stiekem aan de klok morrelen in de hoop dat je kind nog even verder kan. Zelfs niet bij kinderen die geen klok kunnen kijken.

4. Bespreek dagelijks of wekelijks het huiswerk dat kinderen meekrijgen van school; bijles of muziekles.

Ik kom vaak ouders tegen die denken dat ze hun kinderen helpen bij hun zelfstandigheid als ze roepen: "Heb je je huiswerk af?"
Of nog erger: boos worden als het niet gedaan is. Hiermee help je je kind juist niet!
Bespreek dagelijks of wekelijks, wat er gedaan moet worden. Bovendien ga je na of je zoon of dochter alles klaar heeft liggen wat er nodig is om aan de gang te gaan.
Vervolgens ga je na of je zoon of dochter begrijpt wat er moet gebeuren.
Als je kind dan aan het werk gaat, kijk je (even) mee en vraag je af en toe of het goed gaat.
Tot slot kijk je het werk na als het af is of na als de afgesproken tijd voorbij is en bespreek je hoe het gegaan is. Zo heeft jouw zoon of dochter het gevoel dat het belangrijk is wat hij/zij gedaan heeft.

5. Pas de zelfstandigheid aan aan de leeftijd maar ook aan de ontwikkeling van jouw kind.

Niet zelden maak ik mee dat ouders "even een pittig gesprekje" willen voeren met hun kind als het huiswerk niet gedaan is. Dit heeft een averechts effect. Je geeft kinderen onnodig een schuldgevoel. Kinderen hebben begeleiding nodig bij het maken van hun huiswerk. Al is het maar in de vorm van even bespreken wat ze moeten doen.
Sommige kinderen beginnen pas vanaf hun 14e enige zelfstandigheid te vertonen. Ik heb echter ook leerlingen van 15 jaar en ouder met wie ik zeer nauwe contacten heb betreffende het maken van huiswerk.
Het verkrijgen van doorzettingsvermogen is een belangrijk proces in de ontwikkeling van een kind en mag langzaam groeien. Zorg voor een geleidelijke opbouw die past bij jouw kind.

6. Goed voorbeeld doet goed volgen.

Als je kind bijvoorbeeld moet lezen of huiswerk moet maken ga je zelf ook lezen of aan het werk. Zo leren kinderen dat het erbij hoort. Goed voorbeeld doet goed volgen.